Carl Bernstein in College Tour

“Zijn er studenten uit Tilburg, van de school waar ik op heb gezeten? Studenten uit Utrecht? Zwolle? En dan door naar de masters.” Huys vergeet dat Ede ook een opleiding journalistiek kent. In een vol Carré verwelkomde hij onderzoeksjournalist Carl Bernstein (72). 

Studenten
Samen met ruim duizend studenten interviewde Huys de Amerikaan die samen met Bob Woodward het Watergateschandaal ontrafelde. Toch zitten er niet enkel journalistiekstudenten in het Amsterdamse theater, zo blijkt al snel. Politicologie-studenten en rechtenstudenten zijn present en zowaar een student wiskunde. Cijfers hebben niets met Bernstein te maken, maar zijn vriendin had hem nu eenmaal meegevraagd.

Daarna betreedt Carl Bernstein het podium en zwaait hij enkele malen. Zijn felblauwe sokken vallen meteen op. Achtereenvolgend praat Huys met Bernstein over zijn jeugd, het Watergateschandaal, de Amerikaanse verkiezingenstrijd en dan met name over Clinton en Trump.

De aandacht gaat bijna constant naar de man die er mede voor heeft gezorgd dat president Nixon moest aftreden. Totdat er midden in de zaal opeens een harde stem klinkt. “Is er een dokter in de zaal?” roept een student. Een student is flauwgevallen. De productieleider spurt ernaartoe en geeft hem gauw een plastic bekertje met water. Samen met hem loopt de student mee naar achteren. Vervolgens kan het interview weer verder gaan.

Great
Op de vraag van een studente of hij een geweldige onderzoeksjournalist is wil Bernstein geen bevestigend antwoord geven. Snel stelt ze er een vraag achteraan. “May I call you great?” Dat mocht dan wel. Een luid applaus volgde.

Benieuwd naar College Tour met Carl Bernstein? De uitzending is vanavond om 21.10 uur te zien op NPO 2.

Hoofdredacteur Justine Marcella hoeft geen eigen kantoor

“Ze noemen mij vaak Bridget Jones,” vertelt Justine Marcella. Maar volgens haar moeder is ze gewoon iets te enthousiast. Sinds 2012 is Justine hoofdredacteur van het tijdschrift Vorsten. 

Parijs
Ze is net terug uit Parijs, na het tweedaagse staatsbezoek van het koningspaar aan deze stad van de liefde. Ze is in het stadhuis Hôtel de Ville voor de ontvangst van het koningspaar, in het Louvre voor de portretten van Rembrandt, bij het Palais de l’Elysée voor het staatsbanket en ongevraagd ook op het politiebureau. Bestolen in de metro. Weg Prada-tas. En ook alle spullen, inclusief chique handschoenen. Maar Justine moet door, want het blijft hard werken.

Nu tikt ze haar editorial op de computer en kijkt ze met artdirector Janneke mee om te beslissen welke foto de cover gaat sieren. De deadline nadert. Als hoofdredacteur heeft Justine geen eigen kantoor. Niet meer. “Ik ben op de redactie gaan zitten, omdat ik dat veel leuker vind. Ik ben een groepsmens en ik vind het heel fijn om te weten hoe iedereen het maakt en wat er speelt.”

“Ik ben weleens ziek, maar dan kan ik toch ook werken?”

Televisie
Justine is jarenlang in de televisiewereld werkzaam, voordat ze de overstap naar Vorsten maakt. Eerst bij AT5, SBS6 en het EO-programma Blauw Bloed. Toch mist ze de televisiewereld niet. Volgens Justine is het maken van een tijdschrift niet veel anders dan televisiemaken. “Ik doe hetzelfde. Ik ben nog steeds aan het componeren met beeld en tekst.”

Het DNA van televisiemensen heeft ze daarentegen wel lang gemist. “Ik moest in het begin heel erg wennen aan de negen-tot-vijfmentaliteit in de tijdschriftenwereld.” Zelf kent Justine dat totaal niet. Net als ziek zijn. “Ik ben weleens ziek, maar dan kan ik toch ook werken?”

Voor nu zou ze niet meer zonder haar team willen, maar zeg nooit nooit. “Stel dat de kans zich voordoet dat ik de koning een jaar lang op de voet mag volgen voor een documentaire. Dan zou de verleiding toch weleens groot kunnen zijn,” glimlacht Justine.

Vorsten
Justine is sinds 2012 hoofdredacteur, maar het tijdschrift Vorsten bestaat al ruim veertig jaar. Al was het vroeger volgens Justine minder bekend dan nu. “Als je het dan uitlegde zeiden velen: ‘O, dat blad van mijn oma!’ Maar het koninklijk huis is niet alleen voor oma, het is voor heel Nederland. Ons tijdschrift dus ook.”

Om met de tijd mee te gaan is het tijdschrift niet al te lang geleden aangepast. “De monarchie was toe aan een nieuwe generatie, in de letterlijke woorden van prinses Beatrix. En Vorsten ook.” De vormgeving sluit nu meer aan bij deze tijd. “Maar zonder onze oudere lezers uit het oog te verliezen. Daar willen we zeker geen afscheid van nemen. Zij zijn de ruggengraat van ons bestaan.”

“Het werk brengt mij op de mooiste plekken ter wereld”

Koningshuis
Al vanaf 1998 volgt Justine de koninklijke familie op de voet. Ze deed live-verslag op de Dam tijdens het huwelijk van Willem-Alexander en met de inhuldiging zat ze in de kerk. Er zijn momenten waarop Justine zich afvraagt waarom ze dit werk ook alweer doet. “Dan sta ik weer achter een lintje in een persvak anderhalf uur te blauwbekken voordat er een lid van de koninklijke familie verschijnt.”

Maar het is de verbindende factor van de monarchie die Justine nog steeds ontroert. “Dan maakt het niet meer uit of je oud of jong bent, vrouw of man, welke religie je aanhangt of wat je achtergrond is.” Bovendien brengt het werk Justine op de mooiste plekken ter wereld en leert ze van heel de maatschappij. “Het koningspaar gaat van een balletvoorstelling naar een buurthuis; het werk beslaat een heel breed gebied.”

Glazen plafond
Op de redactie werken, met uitzondering van twee mannen, alleen vrouwen. Als vrouw aan de top vindt Justine dat er nog steeds veel te verbeteren valt. Jaarlijks staat ze daarom even stil bij Internationele Vrouwendag.

Vrouwelijke hoofdredacteuren krijgen nog steeds minder betaald dan hun mannelijke collega’s. Dat blijft gek, vindt Justine. “Je hebt evenveel werkervaring en je bent op dezelfde dag begonnen, maar je hebt minder goed onderhandeld, vertellen ze je dan. We zijn er nog lang niet. Er is nog een heleboel werk te doen.”

Is er toekomst voor Blendle?

De digitale kiosk Blendle breidt uit. Eerst al naar Duitsland en nu is Amerika aan de beurt. Toch maakt het bedrijf nog steeds geen winst. Is er toekomst voor Blendle?

Dagelijks krijg ik de nieuwsbrief van Blendle in mijn mailbox en het lukt ze telkens weer: ik lees de nieuwsbrief door, omdat de koppen en leads zo pakkend en interessant zijn. Waarvoor hulde. Ik heb mijn tegoed al een paar keer opgewaardeerd en heb waardering voor de aanpak van Blendle. Niet voor niets besteedt Blendle veel tijd en aandacht aan deze nieuwsbrieven. Naast mij zijn er velen die de nieuwsbrief openen en doorklikken om de artikelen te lezen. Voor Blendle is het daarmee een van de belangrijkste inkomstenbronnen.

Blendle Krantenoverzicht

Oprichting
De oprichter van Blendle, Marten Blankesteijn, loopt door de Albert Heijn als hij het tijdschrift Marie-Claire in de schappen ziet liggen. Met daarin een artikel waarin drie prostituees een aantal van hun klanten interviewen. Marten is geboeid door het artikel, maar schaamt zich om het tijdschrift bij de kassa af te rekenen. En voilá. Het idee voor Blendle is geboren. Een online platform waar je kranten- en tijdschriftenartikelen per stuk kunt kopen. Blankesteijn gaat brainstormen, het idee verder uitwerken en krijgt uiteindelijk gezelschap van DWDD-bekendheid en internetondernemer Alexander Klöpping.

Uitbreiden
En nu, ruim twee jaar na de oprichting, is het weer tijd om uit te breiden. In 2015 was Duitsland aan de beurt en nu gaat Blendle naar de Verenigde Staten. Noodzakelijk om te overleven, want de Nederlandse markt is te klein.

Blendle

Kans om te overleven?
Het concept van Blendle is niet nieuw. eLinea verkoopt eveneens losse artikelen en Myjour tot voor kort ook. Deze start-up ging een half jaar eerder van start dan Blendle, maar overleefde niet. Ondanks mijn enthousiasme voor het concept van Blendle blijft het natuurlijk de vraag of het in de Verenigde Staten een succes wordt. De onderneming maakt tot nu toe ook nog geen winst. Blankesteijn verwacht pas zwarte cijfers in 2017, maakte hij in een interview in 2014 bekend.

Amerikaanse mediakenners zijn nog niet overtuigd van Blendle en hebben twijfels. In de Verenigde Staten is er een groot aanbod aan gratis nieuws waardoor het moeilijker is om Amerikanen over te halen om ervoor te gaan betalen, denkt mediakenner Mathew Ingram.

Ook is nieuws niet geschikt om aan te bieden op een online platform denkt professor Marshall W. Van Alstyne van de Universiteit van Boston. In zijn ogen werkt Spotify voor muziek en Netflix voor films, maar nieuws is te vluchtig. Met de voorpagina van vandaag wordt morgen de vis ingepakt.

Het blijft afwachten om te weten of Blendle overleeft. Zelf hoop ik van harte dat het gaat lukken.

Het gevaar van branded content

Als bedrijf in de krant? Betaal voor een journalistiek artikel en je staat er in. En dan hoeft er niet eens duidelijk gemaakt te worden dat er voor het artikel geld is betaald. Geweldig toch? Als journalist in spé frons ik mijn wenkbrauwen en komt er maar één vraag in mij op: Hoe kan dit?

Verdienmodellen
De oplage van papieren kranten keldert en men weet steeds minder abonnees aan zich te binden. Op je smartphone, tablet of laptop heb je immers 24/7 de beschikking over online gratis nieuws. Niet gek dus dat papieren kranten offline en online driftig op zoek zijn naar nieuwe verdienmodellen, want er moet toch geld in het laatje komen.

Tegelijkertijd lukt het lezers beter om advertenties te omzeilen. Steeds vaker wordt een adblocker geïnstalleerd waardoor je tijdens het surfen geen advertenties meer tegenkomt. Fijn voor de lezers, maar des te vervelender voor adverteerders. Zij zijn zoekende hoe ze succesvol offline en online hun merkboodschap naar voren kunnen brengen. En daarom is branded content in opkomst.

“Branded content is content met een journalistieke inslag”

Branded content
“Branded content is content met een journalistieke inslag. Het wordt gemaakt vanuit de look & feel van het mediamerk, en heeft een sterk redactionele uitstraling,” zoals Sanoma het verwoordt op de website. Een win-winsituatie voor de adverteerders en nieuwsmedia lijkt het wel. Merken worden succesvol onder de aandacht gebracht en nieuwsmedia krijgen extra geld in het laatje.

Manager branded content van NU.nl Charlotte Nijs is zelfs van mening dat branded content beter kan zijn dan redactionele artikelen. “Ik geloof er heilig in dat branded content net zo goed kan zijn als nieuwscontent en soms zelfs beter,” vertelt Nijs.

“De journalist verricht zijn werk in onafhankelijkheid en vermijdt (de schijn van) belangenverstrengeling”

Onafhankelijkheid?
Toch wringt het, want een journalist dient toch onafhankelijke journalistiek te bedrijven? “De journalist verricht zijn werk in onafhankelijkheid en vermijdt (de schijn van) belangenverstrengeling,” staat er zelfs in de Code voor de Journalistiek. Niet gek dus dat journalisten kritisch zijn over branded content. Zo publiceerde de Belgische website Apache een artikel met de titel ‘Hoe adverteerders redactionele bijdrages kopen.’

In het stuk gaat Apache in op een filmpje van De Persgroep Nederland waarin trots de case van ING naar voren komt. De hoofdsponsor van het amateurvoetbal in Nederland heeft interviews en reportages in kranten laten plaatsen als onderdeel van hun reclamecampagne. En als lezer? Je hebt simpelweg geen idee dat er voor de artikelen betaald is, want het staat nergens vermeld. Schokkend wat mij betreft. Hoe kun je de krant nog met vertrouwen lezen als zulke praktijken aan de orde van de dag zijn?

Zorgelijke ontwikkeling
Ook Rob Wijnberg, mede-oprichter van De Correspondent, is van mening dat branded content bijzondere vormen aanneemt. Hij vindt het zelfs een zeer zorgelijke ontwikkeling. Op de website van De Correspondent wijdde hij er een artikel aan. “Hiermee komt de betrouwbaarheid van de journalistiek op het spel te staan. Als redactionele inhoud zomaar uit de koker van een adverteerder kan komen, besmet dat de blik van de lezer op alle andere artikelen. Wie zou die ‘ingestoken’ hebben?” vraagt Wijnberg zich af. Terecht wat mij betreft. Ook ik maak mij zorgen. Is dit de toekomst van de journalistiek? Ik mag hopen van niet.

 

 

Als journalist moet je veel laptops kopen

De vrouw van journalist Jan van Benthem zou willen dat hij stopt met zijn werk. Maar Jan wil waarschijnlijk geen vrachtwagenchauffeur of accountant zijn. Hij is redacteur Buitenland voor het Nederlands Dagblad en niet zonder gevaar. 

Journalist Jan van Benthem, voorheen werkzaam bij de EO, is tegenwoordig redacteur buitenland bij het Nederlands Dagblad. Al 22 jaar lang houdt hij zich bezig met terroristische groeperingen. Zo verdiept hij zich nu ook al tijden in ISIS.

Glossy
Maandelijks brengt ISIS de online glossy Dabiq uit, vertelt Jan van Benthem. Deze glossy verschijnt in meerdere talen en heeft een professionele opmaak. Geen klein blaadje volgens Van Benthem. “De glossy heeft veertig tot soms wel tachtig pagina’s. Daarin wordt onder meer de invoering van zilveren en gouden munten beschreven, hoe ze het ministerie van Voedsel- en Warenautoriteit organiseren en hoe de medische zorg er aan toegaat.

Toch wil Van Benthem enkel een paar pagina’s laten zien en niet de gehele glossy. Waarom? “De inhoud is zo gruwelijk dat je er vannacht niet meer van slaapt. Een collega van mij heeft een keer meegekeken en de volgende dag kwam hij terug om te zeggen dat hij dat liever niet had gedaan.”

“De politiediensten proberen je meteen te traceren”

Traceren
Het is dan ook niet zomaar mogelijk om de glossy op internet te bekijken. “Deze glossy is alleen te vinden via het darknet. Het kost mij telkens ongeveer drie uur om één uitgave te kunnen downloaden.” Bij het downloaden van deze uitgaven krijgt Van Benthem vaak al snel met de politie te maken. “De politiediensten proberen je meteen te traceren. Vandaar dat ik al met mijn derde laptop bezig ben.”

Van Benthem heeft daarom een complete lijst met telefoonnummers van de politiediensten klaarliggen om dan weer een belletje te doen en te vragen: ‘Mag ik mijn internetverbinding weer terug?’ Om die reden downloadt Van Benthem dit soort materiaal alleen maar thuis en niet op de redactie. “Anders gaat het netwerk van de krant te vaak plat.”

Gevaren
Het werk van Van Benthem is niet zonder gevaren. Niet alleen zijn internetverbinding loopt weleens vast, ook schijnt hij op een dodenlijst te staan. “Als één van de 380 mensen op de lijst.” Schokkend wat mij betreft. Toch denkt hij er niet aan om te stoppen, hoe graag zijn vrouw dat ook zou willen. Van Benthem verheft zijn stem en geeft aan: “Nee, want dan laat je je gijzelen door terreur. Ik vertik het!”